Klein hoefblad
Tussilago farfara

Herkenning. Deze overblijvende plant tot 20 cm hoog heeft een kruipende wortelstok en maakt veel uitlopers. De wortelstokken zijn onregelmatig van dikte. Deze kunnen jarenlang onder in de bouwvoor overleven. Door grondbewerking worden weer naar boven gehaald en in kleine stukjes verdeeld. Ze bloeien naakt, d.w.z. voor de bladontwikkeling. De plant maakt een wortelrozet. De stengelbladeren tijdens de bloei zijn eivormig, geschubd en geel, ze staan dicht opeen. De bloemen zijn klokvormig. De buitenste schutbladeren zijn lijnvormig, vaak met een rode goed. De gele randbloemen zijn tongvormig, de binnenste zijn gele buisbloemen. Na de bloei vormen ze vruchten met een pluisvormige beharing. Ze bloeien zeer vroeg, soms in de sneeuw, in maart tot april. Na de bloei vormen zich grote ronde bladeren met grove tanden en een grijsviltige onderkant. De bladsteel is rood.

Levenswijze. Klein Hoefblad is een overblijvend wortelonkruid dat in het najaar kiemt. Het is een algemeen voorkomend kruid in bermen, akkers, greppels en op plaatsen met kaalslag. Het klein hoefblad is een gidssoort voor een zeer voedselrijke, vochtige tot vochthoudende bodem.